Wat chemo en bestraling doen met je weefsel en hoe herstel mogelijk blijft
Wat gebeurt er eigenlijk onder je huid wanneer je chemotherapie of bestraling hebt gehad?
Aan de buitenkant zie je misschien weinig. Maar diep in het lichaam verandert er veel. Cellen kunnen schade oplopen, kleine bloedvaten reageren, bindweefsel kan stugger worden en ook de lymfestroom kan veranderen.
Dat kan voelbaar zijn als spanning, stijfheid, gevoeligheid of pijn.
Maar één gedachte is belangrijk:
pijn en stijfheid na een kankerbehandeling hoeven niet blijvend te zijn.
Reis mee naar binnen
Stel je voor dat we door de huid heen kijken. We komen in een landschap van cellen, kleine bloedvaten, bindweefsel, zenuwen en lymfevaten.
Tot aan de kleinste haarvaten.
Hier wordt zuurstof afgegeven, worden voedingsstoffen aangevoerd en afvalstoffen afgevoerd. Dit fijnmazige netwerk noemen we de microcirculatie.
Het is voortdurend bezig zich aan te passen aan wat het weefsel nodig heeft.
Wat doet bestraling met het weefsel?
Bestraling beschadigt het DNA van kankercellen, waardoor ze zich niet meer goed kunnen delen. Maar ook gezond weefsel binnen het bestraalde gebied kan worden beïnvloed.
Zo kunnen ook de kleine bloedvaten en hun binnenbekleding, het endotheel, reageren op de straling. Ontstekingsprocessen kunnen ontstaan en de microcirculatie kan veranderen.
Het lichaam probeert vervolgens te herstellen.
Daarbij zijn onder andere fibroblasten actief. Zij maken collageen en ander bindweefsel. Wanneer dit herstelproces langdurig ontregeld blijft, kan fibrose ontstaan.
Het weefsel kan daardoor minder soepel, elastisch en beweeglijk worden.
Weefsel leeft en blijft zich aanpassen.
Collageen wordt voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd. Bloedvaten kunnen reageren op hun omgeving en ook het zenuwstelsel kan zijn gevoeligheid veranderen.
Herstel stopt dus niet op het moment dat de laatste behandeling voorbij is.
Wat doet chemotherapie?
Chemotherapie is gericht op snel delende kankercellen, maar kan ook gezonde cellen beïnvloeden. Afhankelijk van het middel kunnen daarnaast bloedvaten, zenuwen en andere weefsels worden beïnvloed.
De gevolgen verschillen sterk per persoon.
Ook na de laatste behandeling blijft het lichaam bezig met herstellen en het zoeken naar een nieuw evenwicht.
De microcirculatie als verbindende schakel
De kleinste bloedvaten zorgen voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en spelen een belangrijke rol bij de afvoer van afvalstoffen.
Een goede microcirculatie is daarom belangrijk voor de omgeving waarin herstel plaatsvindt.
Maar het gaat niet simpelweg om “meer bloed”. Het gaat om een goed gereguleerde doorbloeding die past bij de behoefte van het weefsel.
Daarbij werken bloedvaten, bindweefsel en lymfe voortdurend samen.
Kan het weefsel weer soepeler worden?
Weefsel reageert op aanraking, druk, rek en beweging. Mechanische prikkels kunnen invloed hebben op weefselspanning, beweeglijkheid en vloeistofverplaatsing.
Daarom is het interessant om te kijken wat manuele behandeling voor veranderd weefsel kan betekenen.
Waar kan Quadrivas mogelijk ondersteunen?
Quadrivas gebruikt intensieve manuele technieken om het weefsel mechanisch te stimuleren, zoals effecten op het gebied van weefselspanning, beweeglijkheid, vloeistofverplaatsing en lokale doorbloeding.
Daarmee kan Quadrivas mogelijk ondersteunend zijn wanneer een gebied na behandeling stug, gespannen of minder beweeglijk aanvoelt.
Wel is het belangrijk om eerlijk te blijven: er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat Quadrivas bestralings- of chemotherapieschade geneest, beschadigde bloedvaten herstelt of fibrose volledig terugdraait.
Het kan daarom beter worden gezien als een aanvullende benadering die het functioneren en de beweeglijkheid van het weefsel mogelijk ondersteunt. Wat de ene cliënt helpt, hoeft niet net zo effectief bij de ander te zijn.
Bij bestraald of kwetsbaar weefsel is altijd een zorgvuldige beoordeling nodig.
Het lichaam is niet klaar wanneer de behandeling stopt
De laatste chemo of bestraling betekent niet dat het lichaam klaar is.
Daarna gaat het herstel verder.
Weefsel kan zich aanpassen. Spanning kan veranderen. Beweeglijkheid kan verbeteren. Gevoeligheid kan afnemen.
Wat vandaag stug en pijnlijk voelt, hoeft daarom niet te bepalen hoe het weefsel morgen of over een jaar voelt.
Het lichaam is geen statisch bouwwerk, maar een levend systeem dat voortdurend probeert een nieuw evenwicht te vinden.
En juist daarin ligt ruimte voor herstel.
